Nieuwsbericht

10 oktober 2017

Het Fluitschip

De vrachtwagen van de 17e eeuw

De fluit was het voornaamste scheepstype waarmee de Nederlanders handel dreven in de 17e eeuw. Dit schip was speciaal voor de Oostzeehandel ontworpen: met een bolle buik en een smal dek. Oftewel: een groot laadruim in combinatie met een relatief lage tolheffing bij de Sont (de tol hing af van de breedte van het scheepsdek). 
Met 'Oostzeehandel' bedoelen we Nederlandse handel in graan vanuit de Oostzee en wijn en zuid vanuit Frankrijk, Spanje en Portugal, waarbij Amsterdam uitgroeide tot de centrale stapelmarkt. De 17e eeuwers gaven deze handel als bijnaam “moedernegotie”, oftewel de moeder aller handel. Het was een bron van de welvaart voor Amsterdam. Tegelijkertijd illustreert de moedernegotie hoe de economie zich gemoderniseerd had: de Republiek verdiende niet meer aan de graanproductie, maar aan de logistiek.  
In feite zou de VOC hetzelfde doen bij de Intra-Aziatische handel. Niet vreemd dus dat ook hiervoor geregeld fluitschepen werden ingezet. Bovendien waren de VOC-bewindvoerders gecharmeerd van het fluitschip omdat het goedkoop was om te bouwen en lang meeging. Met het intensieve gebruik in Azië kwamen echter ook de zwakke punten van het fluitschip boven: de ronde vormen en de lichte bouwstijl maakten dat ze slecht bestand waren tegen de tropische weersomstandigheden. Ze hadden veel last van houtrot en kapseisden relatief makkelijk. Ook de Zeehaen blijkt bij aankomst in Mauritius in jammerlijke staat te zijn. Er zijn weken van reparaties nodig. 


Meer weten over het fluitschip? Lees dan het boek van Herman Ketting: Fluitschepen voor de VOC. Balanceren tussen oncostelijckheijt en duursaemheijt. Aprilis, 144 blz. €29, –