Aan land

Misverstand loopt uit de hand

Deze afbeelding leest als een strip: het verhaal over de gewelddadige ontmoeting tussen de Nederlanders en de Māori. Het was een klassiek voorbeeld van interculturele miscommunicatie. Lees stap voor stap mee.

 

Misverstand loopt uit de hand

Illustratie door tekenaar aan boord van de ontmoeting met de Maori 

Spiegelen

De VOC had Tasman de opdracht gegeven om bij ontmoetingen met onbekende volkeren hun gedrag te ‘spiegelen’. De Māori krijgers bliezen op een ‘instrument dat een geluid gaf als de trompetten van de Moren’. De Nederlanders zagen hier een begroeting in en antwoorden met  hun eigen trompetten. De Māori bedoelden het als een uitdaging: deze stam (de Ngati Tumatakokiri) had al eerder landconflicten gehad met andere Māori. Zij interpreteerden het trompetgeschal van de Nederlanders als het aanvaarden van de uitdaging. Dit  ritueel werd zo het startsein voor de aanval van de volgende dag.

<p>De putatara (schelptrompet) waarop de Maori waarschijnlijk bliezen als uitdaging aan de expeditie van Tasman&nbsp;</p>

De putatara (schelptrompet) waarop de Maori waarschijnlijk bliezen als uitdaging aan de expeditie van Tasman 

19 december

Uit Tasman's journaal: 's Morgens vroeg is er een vaartuig van dit volk met dertien mannen aan boord tot op een steenworp afstand bij ons schip gekomen. Zij riepen verschillende keren, wat wij niet konden verstaan. Hun taal heeft geen gelijkenis met de woordenlijst die de edele heren gouverneur-generaal en raden van Indië meegegeven hebben (...) Deze lieden waren, voor zover we konden zien, van gewone lengte maar grof van stem en lichaamsbouw. Hun kleur is tussen bruin en geel, ze hadden zwart haar dat recht bovenop de kruin van het hoofd vastgebonden was, zoals de Japanners op het achterhoofd doen, maar met langer en dikker haar. Bovenop stond een grote witte veer.

Vaartuigen

Uit Tasmans journaal: "Hun vaartuig bestond uit twee lange smalle prauwen aan elkaar, waarover enige planken of iets anders als zitting gelegd was, zodat met boven water onder het vaartuig door kan kijken. Hun pagaaien zijn omtrent een grote vadem lang, smal en vooraan puntig. Zij konden handig met deze vaartuigen overweg. Wij wenkten hen menigmaal dat zij langszij moesten komen, we toonden wit katoen en wat messen, die ons als lading meegegeven zijn, maar zij kwamen niet dichterbij en peddelden uiteindelijk weer terug."

<p>&quot;B. zijn de prauwen die bij ons schip kwamen&quot;</p>

"B. zijn de prauwen die bij ons schip kwamen"

Tasman beschrijft hoe, na een scheepsraad aan boord van de Heemskerck, kwartiermeester Cornelis Joppen met een sloepje terug naar de Zeehaen wordt gestuurd. Ondertussen zijn er nog zeven waka naderbij gekomen. Zij bleven op een halve steenworp afstand van de schepen van de Hollanders.

"Terwijl het prauwtje van de Zeehaen erheen roeide, riepen de mannen in de prauw die het dichts bij ons was naar de anderen die achter de Zeehaen lagen, en zwaiden met hun pagaaien (...) Toen het prauwtje van de Zeehaen weer terug kwam, begonnen zij die voor ons tussen de twee schepen lagen zo furieus daarop aan te sturen, dat zij het Zeehaens prauwtje toen het halverwege was, met hun voorsteven in de zijkant troffen, zodat het enorm overhelde."

 

Schelmenprauw

Uit Tasmans journaal: "De voorste man in de schelmenprauw stiet de kwartiermeester Cornelis Joppen met een lange stompe piek verschillende malen zo fel in de nek, dat deze overboord viel. Daarop vielen de anderen aan met korte dikke stukken hout (we dachten dat het zware stompe hakmessen waren) en met hun peddels.Zij overmeesterden ons prauwtje. In deze aanval bleven drie van het volk van de Zeehaen dood en de vierde raakte door het slaan dodelijk gewon. De kwartiermeester en nog twee matrozen zwommen naar onze schepen en wij stuurden onze sloep naar hen toe, waar zij levend in gekomen zijn. Na deze vreselijke en verachtelijke feiten, lieten de moordenaars het prauwtje drijven. Zij hebben een van de doden in hun prauw gehaald en een ander overboord gegooid. Wij en die van de Zeehaen schoten, toen wij dit zagen gebeuren, zoveel we konden met onze musketten en kanonnen."

Tasman beschrijft hoe door het schieten de Zuidlanders zich terugtrekken, richting land, om buiten het schootsveld te geraken. Schipper Ide Tjerksz Holman roeide met een sloep (goed bemand en bewapend) naar het prauwtje van de Zeehaen, "en is ermee direct weer naar het schip teruggekeerd. We vonden er een dode en een dodelijk gewonde in. Wij lichtten onze ankers en gingen onder zeil, omdat we niet konden verwachten hier enige vriendschap met dit volk te sluiten, of water of verversing te krijgen."

Tasman beschrijft dat als ze de ankers gelicht hebben, ze 22 prauwen zien, waarvan er elf, 'krioelend van de mensen' op hen af komen. "Wij hielden ons stil totdat we de voorste prauwen konden beschieten en losten toen met onze kanonnen uit de constabelskamer één of twee schoten, doch tevergeefs. Die van de Zeehaen schoten ook en troffen in de voorste prauw een man die met een wit vlaggetje in de hand stond, zodat hij neerstortte. Wij hoorden het schroot ook in en tegen de prauw aan klappen, maar wat voor effect het verder had bleef ons onbekend, want zo gauw zij dit schot kregen, keerden ze snel terug naar het land."

Vijanden

Na deze ontmoeting wordt de scheepsraad - op veilige afstand - weer bijeengeroepen. Tasman schrijft dat ze geleerd hebben 'de inwoners van dit land voor vijanden te houden' en ze besluiten om in oostelijke richting langs de kust te varen, om te zien of ze toch ergens schoon drinkwater en vers voedsel kunnen inslaan. Ze geven de naam 'Moordenaarsbaai' aan de plaats van het treffen van de Maori. In het Maori heet deze baai 'Mohua' en de tegenwoordige Engelse naam is 'Golden Bay'. Tasman schrijft ook: 

"Dit land is het tweede land dat door ons bezeild en ontdekt is. Dit land hebben wij de naam gegeven van Statenland, ter ere van de hoogmogende heren van de staten-generaal en omdat het goed zou kunnen, hoewel het niet zeker is, dat dit land met het [door Schouten en Le Maire ontdekte] Statenland verbonden is. Dit land lijkt een zeer mooi land te zijn en wij veronderstellen dat dit de vaste kust is van het Onbekende Zuidland."

Tasman en zijn bemanning zouden niet aan land gaan van dit Statenland, maar zoeken naar een doorgang richting de Grote Zuidzee en vervolgens de kust volgen in noordelijke richting. 

 

<p>Later op hun reis, zal de expeditie van Tasman Maori krijgers op de uitkijk zien staan. Ze zetten geen voet aan land in Nieuw-Zeeland. Illustratie uit Tasman Journaal, collectie Nationaal Archief.</p>

Later op hun reis, zal de expeditie van Tasman Maori krijgers op de uitkijk zien staan. Ze zetten geen voet aan land in Nieuw-Zeeland. Illustratie uit Tasman Journaal, collectie Nationaal Archief.