Aan land

Een warm onthaal in Tongatapu

verteld door chirurgijn Hendrik Haelbos

Dit verslag komt van de scheepsbarbier en chirurgijn aan boord van de Heemskerck, Hendrik Haelbos. Het werd gepubliceerd door Arnoldus Montanus in een avontuurlijk werk vol reisverslagen van ontdekkingsreizen, "De Nieuwe en Onbekende Wereld" (Amsterdam 1671). Dit deel betreft het bezoek aan het eiland 'Amsterdam' (Tongatapu).  

Een warm onthaal in Tongatapu

Illustratie uit het Journaal van Tasman, Nationaal Archief

Het eiland Amsterdam

Tasman zeilde verder en ontdekte toen twee lage eilanden met hoge bomen. Van het grootste kwam een klein vaartuig dat voor en achter scherp toeliep. Aan bakboord stak een houten vlerk uit, opdat het niet zou omvallen. Drie gele mannen zaten achter elkaar en roeiden ongekend handig op het schip Heemskerck af. Tasman gebood de bemanning de overloop te verlaten zodat de drie Zuidlanders niet afgeschrikt zouden worden. Hij wierp achter uit de galerij een stuk katoen dat een van hen, in zee gesprongen, opviste en als teken van dankbaarheid op zijn hoofd legde.

Ze werden vrijer en naderden tot dicht onder het roer, waar ze een mes aan een stukje hout gebonden uit het water visten. Ze schonken hiervoor een parelmoeren vishaak aan een katoenen lijn. Tasman naderde de wal en zag een grote menigte mensen langs het strand lopen met twee witte vaantjes op stokken. Verschillende schuitjes roeiden tot dicht onder het geschut. Een van de inzittenden verstoutte zich aan boord te klimmen. Het was een statig man met een brede zwarte baard. Om zijn hals hingen groene bladeren. Hij ging met de benen onder het lichaam gevouwen op de overloop zitten en boog het hoofd verschillende malen naar de grond. Tasman deed hetzelfde en nam hem bij de hand om hem in de kajuit uit te nodigen. Maar omdat de hond begon te blaffen werd de man bang en stapte weer in zijn vaartuig. 

<p>&#39;Een statig man met een brede zwarte baard. Om zijn hals hingen groene bladeren.&#39;</p>

'Een statig man met een brede zwarte baard. Om zijn hals hingen groene bladeren.'

 

 

 

 

 

 

 

 

Intussen zwommen verschillende Zuidlanders naar het schip. Anderen brachten in schuitjes pisang en kokosnoten. Tegen de avond roeide een groot vaartuig, omringd door kleinere sloepen, met een ijselijk getier naar het schip Heesmkerck. De matrozen, beducht voor gevaar, stonden met geweer paraat, maar waren opgelucht toen ze geschenken ontvingen van de landheer.

De Orang Kay

De volgende dag kwam een vreemd schuitje voor de boeg van de Zeehaen. Twee sloepen, aan elkaar vast gemaakt en over de boorden met bamboestokken bedekt, vervoerden een groot aantal mannen, aangevoerd door een overste (zij noemden hem 'orang kay') die sommigen beval te zwijgen, anderen te gaan zitten, naar beneden te gaan of te roeien. Iedereen gehoorzaamde. Midden op het dek van de twee schuiten stond een hut, als een boog uit bamboe gevlochten en met pisangbladeren overdekt.  Het zeil was van matten en maakte goede vaart. Rondom deze sloep roeiden kleinere vaartuigen en iedereen schreeuwde 'haal!'. 

Bezoek van de koning

Gedurende het schreeuwen bleven de Zuidlanders die op de schepen waren op de overloop doodstil zitten. Tasman maakte hieruit op dat de koning hem zelf kwam bezoeken. Hij bracht verschillende varkens, kippen, kokosnoten en pisang, allemaal in witte doekjes gewonden, als een gift. Hij werd gevolgd door een grote sleep manne, vrouwen en kinderen. Sommigen voeren naar de schepen, anderen zwommen en ze waren allemaal pikzwart. Ze ruilden tegen oude spijkers en andere kleinigheden hun kleren en halskettingen, gemaakt van parelmoeren kralen en daartussen witte schepjes, en parelmoeren vishaken.

 

Tasman trok een oude Orang Kay een hemd, broek en wambuis aan, en zette hem een hoed op het hoofd. Zo gekleed, stond de man geruime tijd verwonderd over zichzelf. Zijn onderdanen keken niet minder verbaasd. Maar nadat hij naar het eiland was teruggekeerd, zagen wij hem later weer zonder kleding. Een andere orang kay die een roemer wijn kreeg, goot de wijn uit en zette de roemer op zijn hoofd en voer weg, blij met zijn geschenk. Ook bezichtigden sommige mannen het schip Heemskerck van boven tot onder. Bij het geschut gekomen, wilden zij weten hoe het gebruikt werd. Men loste daarom een stuk geschut. De klap verbijsterde hen zo dat ze van schrik overboord gesprongen zouden zijn, als ze niet tegengehouden waren.

<p>Rijkversierde peddel uit Tonga. Collectie British Museum</p>

Rijkversierde peddel uit Tonga. Collectie British Museum

Verversingen

Elke dag werd allerlei verversing gebracht in een groot vaartuig, waaromheen kleinere scheepjes roeiden. Telkens als de riemen het water raakten, brachten ze een groot geschreeuw voort. Ze schenen te vragen waar de twee schepen vandaan kwamen, en waarom ze hier waren. Tasman liet een aantal lege vaten boven brengen om duidelijk te maken dat hij vers water zocht. De orang kays wezen naar het land. Ze voeren zelf met twee Hollandse boten naar het land maar keerdern zonder water terug. Het bleek dat de inwoners daar zelf kuilen moeten graven om water uit te scheppen.


Intussen waren weer verschillende Zuidlanders  aan boord gekomen. De stuurman en de hoogbootsmansjongen bliezen op trompetten, een ander speelde op de fluit, de vierde op een viol. Het scheepsvolk danste, waarover de Zuidlanders zich zo verbaasden dat ze vergaten hun mond dicht te doen. Tasman merkte dat het woordenboek met de spraak op de Salomons eilanden veel lijkt op de taal van deze mensen.

Vrouwen aan boord

Behalve mannen kwamen er ook veel vrouwen aan boord. Deze waren allemaal ongewoon groot, maar onder hen waren twee ijzingwekkende reuzinnen, waarvan er één een snor had. Zij vielen beiden de wondheler Hendrik Haelbos om de hals. Ze eisten vleselijk contact, waarover ze onderling weer ruzie kregen. Ze hadden dik, gekruld zwart haar. De andere vrouwen tastten de matrozen onzedelijk in de voorbroek en maakten zo duidelijk dat ze wilden bijslapen. De mannen moedigden de matrozen aan tot die schande.

Uiterlijk

Ze verven het zwarte haar rood, vlechten het tot kleine bosjes en kammen he met tien kleine ronde stokjes, die van boven samengebonden zijn en onderaan in losse tanden verdeeld. Het haar van sommigen slingerde in lange vlechten. Ze scheren de snor af, maar houden een vierkante baard aan de kin. Onder de ouden werden er ook gevonden met ruig begroeide wangen. Ze schrapen het haar af met vissentanden, vastgemaakt aan een stokje. Ze lopen allemaal blootshoofds, maar sommigen binden een vierkante bescherming boven de ogen tegen de zon. Het bestaat uit gevlochten kokosbladeren of groene en rode veertjes, heel mooi dooreen gevlochten. Het bovenlijf is naakt. Om de heupen droegen enkelen een gordel van bladeren waaraan verschillende bladeren neerhingen. Anderen hadden een matje van kokosvezels voor de schaamstreek.

<p>Britse tekening uit 1785 van de markt op het eiland &#39;Amsterdam&#39; - collectie British Museum</p>

Britse tekening uit 1785 van de markt op het eiland 'Amsterdam' - collectie British Museum

Het matje was van buiten ruig en aan de binnenkant glad. Sommigen knoopten een doek om het onderlijf, die wel wat leek op dubbel Chinees papier, met grove, veelkleurige strepen. Rondom het mannelijke lid hadden ze zwarte littekens gebrand, net als op andere lichaamsdelen. De kleding van de vrouwen verschilde weinig van die der mannen, alleen hing het wat lager, tot aan de knieën. Ze trokken hun kleren uit en ruilden ze tegen spijkers. De baardeloze jongelingen bestreken hun lippen met zwarte verf, in de vorm van lange snorren.

Ontbrekende pink

Enkele orang kays, die in de kajuit uitgenodigd waren, stonden verbaasd toen ze zagen hoe ver de kogel uit een stuk geschut schoot voor deze het water raakte. Ze spraken een vriendelijke taal. Ze droegen om de hals parelmoerschelpen of witte kinkhoorns of geurende bloemen of groene bladeren of de geruilde spijkers. Sommige bejaarde vrouwen waren de beide pinken kwijt, de jongere vrouwen hadden één pink. Ook van veel oude mannen waren op dezelfde manier de pinken afgehakt. Haelbos vroeg één van hen, wijzend naar het stompje, wat de oorzaak was, maar de man legde de hand onder de kin en maakte verder enige vreemde gebaren, waarvan wij niets begrepen.

<p>Foto laat 19e eeuw van Tongaans meisje met typerend rokje van boombast - Collectie British Museum</p>

Foto laat 19e eeuw van Tongaans meisje met typerend rokje van boombast - Collectie British Museum

Water halen

De 23e van de louwmaand voer Tasman voor de tweede maal naar land om water te halen. Hij had houwelen en scheppen bij zich om kuilen te graven. De twee boten bleven dicht bij elkaar, in elke boot zaten drie Zuidlanders. Tasman riep naar de roeiers 'Lustig, lustig!' en de Zuidlanders in Tasmans boot, die begrepen dat dat bedoeld was om meer vaart te maken, herhaalden zijn woorden telkens. Wanneer zij de andere boot voorbij roeiden, jouwden ze hun landgenoten in de boot van de Zeehaen schamper uit. Tasman ontwaarde verschillende eilandjes in de verte en werd op het eiland zeer vriendelijk ontvangen. 's Avonds werd hij door vier mannen door het water naar de sloep gedragen. Zij hadden twee stokken met daartussen een mat. Iedere man legde het uiteinde van een van de stokken op de schouder en zo brachten ze Tasman, gezeten op de mat, aan boord. Ze brachten ook negen vaten water.

Onbedoeld vertrek

Toen Tasman om de hoek van het eiland voer, zag hij dat het jacht Heemskerck onder zeil was. Hij roeide naar de Zeehaen, waar hij te horen kreeg dat het anker van de Heemskerck doorgeslipt was. Daarom zetten ze met de Zeehaen de achtervolging in.

(Hier eindigt het verslag van Haelbos over het eiland Amsterdam. De schepen laten het paradijs achter zich en varen verder naar het eiland 'Rotterdam'.)

<p>Aanzicht van de kust van het eiland Amsterdam (Tongatapu) in het journaal van Tasman, Nationaal Archief</p>

Aanzicht van de kust van het eiland Amsterdam (Tongatapu) in het journaal van Tasman, Nationaal Archief