Nieuwsbericht

12 oktober 2017

Specerijenhandel

Peperdure waar

Nootmuskaat, foelie en kruidnagels vormden twee eeuwen lang het winstgevend fundament van de VOC. Gemiddeld vormden specerijen een derde van de totale opbrengsten. Behalve de al genoemde specerijen, waren ook peper en kaneel belangrijk. Het aanbod van specerijen werd kunstmatig laag gehouden door het monopolie van de VOC en mede daardoor waren ze "peperduur".

Een artikel op Historiek.net beschrijft de specerijenhandel van de VOC als volgt:

"Het monopolie op fijne specerijen – peper, nootmuskaat, foelie en kruidnagels – was het hoofddoel tijdens de eerste decennia van de VOC. Peper werd op veel verschillende plaatsen verbouwd; kruidnagels, foelie en nootmuskaat alleen op de Molukken. De producten werden voor de smaak en als conserveringsmiddel in de keuken en in medicijnen gebruikt. Ze vormden, zoals het in de compagniesarchieven vaak werd omschreven, het ‘principael [doel]wit waarnaer wy schieten.’ De winst op deze producten kon alleen hoog blijven als het aanbod gereguleerd was en de concurrenten buiten de deur werden gehouden. Het kwam daarbij mooi uit dat nootmuskaat, foelie en kruidnagels zich goed leenden voor monopolisering. Ze werden uitsluitend in een kleine en relatief goed af te schermen regio verbouwd."

Lees het hele artikel hier.